Copyright ©   2010   Concertcommissie Koepelkerk-Smilde

Koepelkerk-Smilde
Toon Hagen begon zijn orgelopleiding bij Egbert Klein. Vervolgens studeerde hij hoofdvak Orgel aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Daar behaalde hij de diploma's Docerend en Uitvoerend Musicus. Tevens studeerde hij kerkmuziek aan genoemd conservatorium. Aan het Arnhems conservatorium behaalde hij de aantekening improvisatie. Zijn belangrijkste docenten waren Rienk Jiskoot voor orgel en Bert Matter voor improvisatie.
Als organist is hij verbonden aan de Grote of Sint-Michaëlskerk te Zwolle. Hij geeft leiding aan de Michaëlscantorij, die medewerking verleent aan de maandelijkse Michaëlsvieringen in de Grote of St. Michaëlskerk en aan een projectkoor dat meewerkt aan de cantatevieringen in deze kerk.
Daarnaast is Toon Hagen mede-oprichter en artistiek leider van het Zwolse orkest Musica Michaëlis, een orkest van professionele musici dat ontstaan is uit de cantatevieringen.
Toon Hagen is naast concertorganist actief als privédocent en componist van orgel- en kerkmuziek.
Enkele van zijn
composities zijn hier te bestellen: Shalom & Vater Unser im Himmelreich (orgel), Magnificat (koor en orgel) en Psalm 150 (orgel en trompet).
Zijn orgelspel is inmiddels op een zestal cd's vastgelegd.
Simeon ten Holt
Levensloop
Na zijn studie bij de Bergense componist Jacob van Domselaer vertrok Ten Holt in 1949 naar Parijs waar hij aan de École Normale lessen volgde van Arthur Honegger en Darius Milhaud. In 1954 keerde hij terug naar Bergen. In de loop van de jaren vijftig componeerde hij Bagatellen en een aantal stukken volgens de door hemzelf ontwikkelde diagonaalgedachte: de Diagonaalsuites.
Serialisme
Vanaf 1961 raakte Ten Holt onder de invloed van het serialisme. Cyclus aan de waanzin (1961) was daarvan de eerste uiting. Tevens publiceerde hij artikelen in het tijdschrift Raster, was hij actief in het Bergense kunstleven en experimenteerde hij met elektronische muziek en muziektheater.
Canto ostinato en latere werken
In de jaren zeventig zwoer Ten Holt de seriële methode af. Hij werkte vervolgens jarenlang aan Canto ostinato (voltooid in 1976, voor het eerst uitgevoerd in 1979): een avondvullend stuk voor twee tot vier piano's waarin veel beslissingen aan de musici worden overgelaten. Het stuk, dat kenmerken heeft van minimal music, bereikte een breed publiek. Van de cd die Polo de Haas en Kees Wieringa in 1996 van Canto Ostinato (koppig lied) maakten werden meer dan 15.000 exemplaren verkocht: een unicum voor een Nederlandse componist van 'serieuze muziek'. In 2005 nam het Piano-Ensemble het voltallige werk op voor meer vleugels.
Volgens dezelfde op herhaling en tonaliteit gebaseerde gedachte ontstonden in de loop der jaren meer lange pianostukken: Lemniscaat (1983), Horizon (1985), Incantatie IV (1990) en Méandres (1999). Ten Holt noemde de stukken afspiegelingen van zijn eigen innerlijk, in tegenstelling tot de formalistische werken die hij vóór Canto Ostinato schreef.
Uitvoeringen van de werken waren niet zelden totaalevenementen waarbij zowel de pianisten als het publiek elkaar, vanwege de mogelijkheid om een stuk uren te laten duren, aflosten. Een uitvoering van Lemniscaat in Bergen nam bijvoorbeeld bijna een etmaal in beslag. Het stuk werd op diverse ongebruikelijke locaties uitgevoerd — onder meer in de hal van het Rotterdamse Centraal Station. In 2007 verzorgde pianist Jeroen van Veen met zijn ensemble een uitvoering van Canto Ostinato op vijf Fazioli concertvleugels in Station Utrecht Centraal.

Andere links voor uitgebreide informatie:

www.kunstbus.nl

www.simeontenholt.com

www.canto-ostinato.com
Simeon ten Holt
Foto: Colette Noël-ten Holt