De kerk van de destijds hervormde gemeente Hijkersmilde - Kloosterveen, in de volksmond Koepelkerk genoemd, is een typisch voorbeeld van protestantse kerkbouw, gebouwd naar een ontwerp van architect Abraham Martinus Sorg in opdracht van het provinciaal bestuur van Drenthe.
De middeleeuwse kerk, Romaans of Gotisch., werd steeds zo gebouwd dat de kerkgangers met het gezicht naar het Oosten zaten. Daar was het koor, daar was het altaar, daar geschiedde de eucharistie, het voornaamste deel van de rooms katholieke eredienst.
Na de Hervorming zocht men een eigen vorm. De Zuiderkerk in Amsterdam is de eerst kerk, gebouwd voor de hervormde eredienst. De bekende Hendrik de Keijzer was de architect, die daarbij ook de Westerkerk ontwierp. De Noorderkerk tenslotte was een typisch protestantse kerk. Rechtkantig met een doophek rond de kansel en de mogelijkheid om daarbuiten het Heilig Avondmaal (viermaal per jaar) te vieren.
Zo werden in de 17e en 18e eeuw meer kerken gebouwd. Niet de mis, maar de preek was het centrale gebeuren. Zo werd er gezocht naar een heldere, hoge ruimte, waar iedere kerkganger naar de kansel was gekeerd en toch alle mede- gelovigen kon zien. Dit laatste in overeenstemming met de protestantse gemeenschapsidee. Op deze wijze werden in de 17e eeuw onder meer gebouwd de Nieuwe kerk in Den Haag, de Marekerk in Leiden, de Oostkerk in Middelburg en, een beetje dichter in de buurt, de kerk in Blokzijl.
Toen ruim twee eeuwen geleden de behoefte ontstond aan een kerk op het Kloosterveen van Smilde waren deze kerken het voorbeeld waarheen, vooral ook door de druk van afgezanten uit Den Haag, de architect Sorg zich ging richten. Het resultaat was een achtkantige koepelkerk, een koepel van hout, gesteund door vrijstaande pilaren, verbonden door vier galerijen.
Bij nadere beschouwing voldeden ook de koepelkerken niet geheel aan het protestantse ideaal van kerkbouw. Het hoge koepeldak was te zeer het centrale punt, zodat de kansel nog niet de volledige aandacht trok, die een reformatorische kerkdienst nu eenmaal vraagt.
De liturgische beweging in deze eeuw heeft overigens weer andere accenten gelegd. In een koorruimte zijn nu vaak in een aandachtscentrum opgesteld: preekstoel, avondmaalstafel, zetel, doopvont en lessenaar.
Terug naar de zeventiger jaren van de achttiende eeuw. Omstreeks 1770 had de veenkolonie Kloosterveen zich zodanig uitgebreid dat de behoefte zich aandiende om een eigen kerk en predikant te hebben. De kolonisten wendden zich tot de staten van Drenthe om financiële steun voor de verwezenlijking van dit doel.
In eerste instantie werd het verzoek van de hand gewezen, maar toen het in 1778 werd herhaald, had het meer succes. Het moet echter nog twee jaar duren voordat besloten werd dat er voor de mensen van Hijkersmilde en het Kloosterveen een kerk zal worden gebouwd en er ook een "ordinarisleraar" zal worden beroepen.